Epidurale injectie met corticosteroiden

3 ratief was verwijderd en nabestraald, en uitzaaiingen in de linker thoraxwand, waarvoor chemotherapie en operatieve behandeling waren verricht. Enige tijd daarna ging de patiënt klagen over pijn in de onderrug, die sterk toenam wanneer hij ging liggen. Zitten gaf vervolgens duidelijke verlichting en slapen was uiteindelijk alleen mogelijk in zittende houding. Na enkele weken trad naast de lokale rugpijn ook uitstralingspijn in de benen op, links meer dan rechts, korte tijd daarna gevolgd door progressieve afname van de spierkracht in het linker bovenbeen, waardoor staan en lopen niet meer mogelijk waren. Gevoel, mictie en defecatie bleven ongestoord. Bij neurologisch onderzoek werd een graad-3-parese van de M. iliopsoas en de M. quadriceps femoris links vastgesteld. De kniepeesreflex was links verlaagd en de achillespeesreflex was links niet opwekbaar. De omgekeerde proef van Lasègue was links positief. Er werd een MRI-onderzoek van de wervelkolom aangevraagd, dat vanwege het in liggende houding optreden van ondraaglijke pijn in de onderrug en benen slechts gedeeltelijk kon worden uitgevoerd. Sagittale MRI-opnamen van de lendenwervelkolom toonden een epidurale ruimteinnemende afwijking, met ernstige verdringing van de caudale zak ter hoogte van de wervels Lii en Liii, die doorgroeide in het foramen Lii-Liii links en het corpus Lii. Bij operatie werd een links dorsaal gelegen extradurale metastase van een myxoïd liposarcoom aangetroffen. Er werd een ruime decompressie van de caudale zak verricht, waarbij ook b a wervellichaam CIII dura mater A. vertebralis CII CIII CIV mogelijk mogelijk CV CVI CVII tumorweefsel tumorcyste TI TII tumorweefsel tumorcysten figuur 1. Patiënt B. MRI-scan (sagittaal) van de halswervelkolom toont een langwerpige, deels cysteuze intradurale extramedullaire ruimte-innemende afwijking, die sterk aankleurt na intraveneuze toediening van contrastmiddel (a). Op de dwarsdoorsnede is zichtbaar dat het door de tumor sterk naar links is verplaatst en ernstig is gecomprimeerd (b) Ned Tijdschr Geneeskd november;145(44)

At one month, pain was reported by 137 (48) patients in the injection group versus 164 (58) in the control group (relative risk; RR: ; 95 CI: -; p = ). After three months, these values were 58 (21) and 63 (24), respectively (RR: ; 95 CI: -; p = ), and at 6 months: 39 (15) and 44 (17) (RR: ; 95 CI: -; p = ). No subgroups were detectable in which the relative risk for pain at one month after inclusion substantially differed from the overall estimate. At one month, the median severity of pain in the injection group was 2 (on a 100-points scale) versus 6 in the control group (p = ). At later follow-up, there was no longer any statistically significant difference in the severity of pain between the two groups. No patient had major adverse events related to the epidural injection.

Epidurale injectie met corticosteroiden

epidurale injectie met corticosteroiden

Media:

epidurale injectie met corticosteroidenepidurale injectie met corticosteroidenepidurale injectie met corticosteroidenepidurale injectie met corticosteroidenepidurale injectie met corticosteroiden

http://buy-steroids.org